1
grote kip
500 g tomaten
2 uien
1 teentje knoflook
1 glas zoete rode wijn of rosé
125 g boter
250 ml olijfolie
2 kruidnagels
olijven
rozijnen
kappertjes
een pijpje kaneel
een beetje bruine suiker
zout en peper naar smaak
een paar takjes peterselie
Men snijdt de kip in stukken en marineert deze gedurende een
uur of twee in een gewone marinade.
Hierna braadt men de stukken aan in de olie en de boter.
De tomaten, knoflook, uien en peterselie worden gemalen, en aan
de stukken kip
toegevoegd. Met een deksel op de pan laat men het geheel op een
zacht vuurtje langzaam gaar worden.
Als de stukken bijna gaar zijn, doet men er de wijn in, met daarin
de rozijnen, olijven en kappertjes. Daarna wordt dit mengsel aan
de kip toegevoegd. Proef nu of alles voldoende gekruid is en enigszins
zoet smaakt. Zo niet dan doet men er meer kruiderij en suiker
bij. Vooral met dit laatste mag men niet zuinig zijn, omdat het
gerecht zoet moet smaken.
|