250 gr zelfrijzend bakmeel
1/2 tl zout
100 gr koude boter
enkele eetlepels koud water
250 gr mager rundergehakt
1 schoongemaakte en kleingesneden ui
1/2 schoongemaakte en fijngehakte groene paprika
1 geschilde en in zeer kleine blokjes gesneden rauwe aardappel
zout, peper
1 ei
Zeef het zelfrijzend bakmeel met het zout in een kom.
Snijd de boter met twee messen door het meel tot een
kruimelig geheel is ontstaan. Kneed alles snel dooreen
en voeg zoveel water toe dat een samenhangend deeg ontstaat.
Vorm van het deeg een bal en laat deze 1 uur in de koelkast
rusten.
Maak intussen de vulling: Vermeng het gehakt in een
kom met de kleingesneden ui, de fijngehakte paprika,
de blokjes aardappel en wat zout en peper. Kneed alles
goed dooreen.
Rol het deeg op een met bloem bestoven werkblad uit
tot een dunne lap. Steek uit de deeglap 8 rondjes met
een diameter van circa 15 centimeter. Verdeel de gehaktvulling
over de deegrondjes. Sla de deeglapjes dicht over de
vulling en druk de deegranden met wat water goed op
elkaar vast. Prik de pasteitjes hier en daar in met
een vork.
Klop het ei in een kommetje los met wat water en bestrijk
hiermee de pasteitjes. Leg de pasteitjes op een bakplaat.
Bak de pasteitjes 10 minuten in een op 200° C voorverwarmde
oven.
Verlaag de oventemperatuur tot 175° C en bak de
pasteitjes nog circa 30 minuten tot ze mooi bruin en
gaar zijn. Serveer de vleespasteitjes warm.
|