|
(6 pers.)
(gebak van bladerdeeg op Iraanse wijze, oorspronkelijk Turks,
ook variant in Griekenland)
250 g bloem
snufje zout
190 g boter
2 eieren
2 eetlepels water
250 g gehakte amandelen
100 g bruine suiker
1 theelepel kaneel
100 g suiker
125 g lichte vloeibare honing
4 eetlepels rozenwater
1 eetlepel citroensap
bloem om op uit te rollen
Bloem met zout in een kom doen. 65 g boter in
vlokjes erover verdelen. Met koele handen een kruimeldeeg ervan
maken.
Stuk voor stuk de eieren en druppelsgewijs het
rozenwater erdoor kneden.
Van het deeg een bal vormen en die met boterhampapier
bedekt 30 minuten in de koelkast laten rusten.
Intussen voor de vulling de overige 125 g boter
in een pan verwarmen en dan de gehakte amandelen en bruine suiker
erdoor roeren samen met de kaneel tot de suiker is opgelost.
Nu in een ander pannetje de 100 g suiker met de
honing zo lang verwarmen tot ook deze suiker is opgelost. Vervolgens
het citroensap erdoor roeren.
Daarna het deeg op een met bloem bestoven werkblad
zo dun mogelijk uitrollen en er rondjes van 20 cm doorsnee uitsteken.
De eerste deegplak in een even grote springvorm doen en iets van
de amandelvulling erop strijken. Daarop weer een deegplak leggen;
weer amandelvulling enzovoort, tot vulling en deegplakken op zijn.
De bovenste laag bestaat uit deeg.
De helft van het honing-suikermengsel nu op de
baklava gieten en die in een voorverwarmde oven van 180° C
35 minuten bakken.
De baklava uit de oven halen en op een schaal
zetten.
De rest van het suiker-honingmengsel erop gieten.
Het gebak minstens 6 uur laten intrekken, en regelmatig begieten
met de er uitgelekte honingsiroop.
Serveren: er wordt gewone of groene thee zonder suiker of zeer
zoete Turkse koffie en helder, ijskoud water bij gedronken.
|