|
6 cl warm water
1 pakje droge gist
3 koppen tarwebloem (1 kop = inhoud 2.4 dl)
2 koppen maïsmeel
1 1/2 teel zout
3 eetl suiker
3 eetl gesmolten boter
4.8 dl warm water
melk
1/4 kop sesamzaadjes
Giet 6 dl warm water in een kon. Sprenkel er het
gist over en roer totdat het is opgelost. Zeef het bloem in een
grote kom. Maak een putje in het midden. Giet daarin het gistmengsel,
zout, suiker, boter en 4.8 dl warm water. Roer geleidelijk aan
de bloem door het mengsel in de put, todat het deeg goed is gemengd.
Het deeg zal nog kleverig zijn.
Leg het op een met bloem bestoven oppervlak. Kneed het, terwijl
u - indien nodig - meer bloem toevoegt, tot het deeg glad en elastisch
is. Plaats het in een grote beboterde kom. Draai het deeg rond,
zodat het aan alle kanten ingevet wordt. Bedek het met een theedoek.
Laat het rijzen tot het in volume is verdubbeld (ongeveer 1 uur).
Verwarm de oven voor op 190° C (stand 5).
Sla het deeg plat. Verdeel het in 4 gelijke delen. Maak er 4 bolletjes
van. Plaats ze op een met bloem bestoven oppervlak en besprenkel
met bloem. Bedek met een theedoek. Laat 20 min. rusten.
Rol dan ieder portie uit tot een ovaal van 30 x 15 cm. Plaats
op een onbeboterde bakplaat. Maak met de zijkant van uw duim richeltjes
in de lengte, op 2.5 cm afstand. Besprenkel met melk. Besprenkel
ieder ovaal met 1 eetl. sesamzaad. Laat 15 min. rusten.
Bak goudbruin in 20 - 30 min. Laat op een rooster afkoelen. Kan
ook warm opgediend worden.
|