Likkebaarden | Akycha | Tripmadam | Wereldsmaken
Deze website wordt op termijn vervangen door Kookpunt
 
Koffieklets - Keukenlatijn


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
 

Saccharose: is wat wij in de wandeling suiker noemen. Saccharose zit zowel in riet- als in bietsuiker. Zuivere riet- en bietsuiker bestaat voor 100% uit saccharose. Rietsuiker bestaat voor ca. 98 % uit saccharose en bevat daarnaast ca. 1 % water, terwijl een heel klein gedeelte van de rest, meestal minder dan 0,5 % van het totaal, uit mineralen en sporenelementen bestaat. Deze hoeveelheid is zo klein, dat het voor de voeding geen effect heeft. De twee suikersoorten ontlopen elkaar totaal niet, ook niet wat de schadelijkheid voor het gebit betreft.

Sake: Japanse alcoholhoudende drank met als basis gegiste rijst.

Salamander: soort grill om gerechten snel te kleuren of te gratineren.

Salamblad (een soort laurierblad): Indonesische keuken - deze bladeren van de Indonesische laurier wijken in smaak iets af van de laurierbladeren die wij kennen, maar kunnen er zeer goed door worden vervangen. De blaadjes worden na eerst afgewassen te zijn, met de gerechten meegestoofd. Na gebruik weer verwijderen.

Salpicon
: mengsel van kleine stukjes vlees, groente, enz. in een saus.

Sambal: Indonesische kruiderij, op basis van rode pepers. In diverse smaakvariaties te koop.

Samengestelde boter: boter met verschillende ingrediënten vermengd (fijngewreven ansjovis, mosterd,...). Wordt in verschillende sauzen gebruikt en garneert verschillende warme en koude schotels.
B.v. ansjovisboter: wrijf in een vijzel de ansjovis fijn. De ansjovis met de boter vermengen en flink kloppen. Klop tot een homogene massa.

Sandwiches: zijn sneetjes brood, die belegd worden geserveerd, met de bedoeling ze zonder bestek, dus uit de hand, te kunnen eten. Men onderscheidt open sandwiches, die vaak mooi gegarneerd zijn, en de gesloten sandwiches, waarbij het beleg tussen twee sneden brood zit. Open sandwiches doen vaak dienst als hartig hapje, terwijl de gesloten sandwiches worden gebruikt voor lunchpakketjes en picknickmanden, maar ook als borrelhapjes.

Saumure: sterk gezouten water waarin men voedingswaren lange tijd kan bewaren.

Sauteren: gerechten waarvan het vlees eerst dichtgeschroeid is en daarna in wijn, een jus, met groenten en aromaten gaar gestoofd wordt.

Sauteuse: zware pan met dikke bodem en lage opstaande rand voor het snel bakken van vlees, aardappelen, enz. gebonden door een lichte of een donkere saus.

Savooiekool: heeft gebobbelde bladeren met gekrulde randen. Er is gele- en groene savooiekool. De laatste wordt wel groene kool genoemd. De groente is ook kant-en-klaar gesneden verkrijgbaar. Bewaar hele kolen op een koele plaats. Parten en kant-en-klaar gesneden savooiekool zijn beperkt in de koelkast houdbaar.

Schnitzel: is een platgeslagen lapje mals varkens- of kalfsvlees. Het wordt vaak gepaneerd en daarna gebakken. Schnitzels met fantasienamen, die kant en klaar bij de slager liggen, kunnen ook bestaan uit gemalen, aangemaakt gekruid vlees. Wie gepaneerde schnitzels koopt, koopt ook een deel panade. Voor de panade wordt vaak evenveel betaald als voor het dure vlees. Wie zelf paneert, krijgt meer vlees voor dezelfde prijs. De schnitzel ontleent zijn naam aan het garnituur dat erbij wordt gegeven.

Schorseneren: zijn lange dunne wortels met een bruine schil. De smaak lijkt op die van asperges. Borstel de wortels voor gebruik onder stromend water schoon. Kook ze vervolgens in de schil gaar, laat ze iets afkoelen en stroop de schil er af. Snij de schorseneren daarna in stukken. Op een koele droge plaats zijn de wortels enkele weken houdbaar.

Schrikken: een bereiding stopzetten door het voedsel onder koud stromend water te houden of in een kom met ijswater te zetten.

Schroeien: een stuk vlees of vis in een hete vetstof volledig dichtschroeien.

Sereh of citroengras: stevige stengel met smal blad dat na kneuzen een milde citroengeur en -smaak afgeeft.

Sesamolie: amberkleurige olie van geroosterde sesamzaadjes; sterk, nootachtig, aromatisch en welriekend. Wordt als smaakverfijner gebruikt bij soepen, gevogelte, garnalen, kool, vullingen en koude gerechten. (een paar druppels zijn voldoende!)

Sharonvrucht: de sharon is een veredelde kakisoort, waarvan de naam is ontleend aan het dal in Israël waar hij wordt gekweekt. Het zoete oranje vruchtvlees bevat geen pitten. De vrucht kan zowel hard als zacht worden gegeten. Eet de sharon als een appel of halveer de vrucht en lepel hem uit.

Sinaasappelen: worden nooit bijgekleurd. Het zijn de lage temperaturen gedurende de nacht, die de groene schil oranje kleuren. Vandaar dat sinaasappelen uit de tropen niet fel oranje zijn, maar geel tot groen van kleur. Perssinaasappelen hebben een wat vezelig vruchtvlees. Dat maakt ze minder geschikt om zo te eten. Aanvoerlanden zijn onder andere Spanje, Marokko en Zuid-Afrika.

Sinaasappelschillen: Gedroogde sinaasappelschillen (orange peel) worden van verse schillen gemaakt. Het witte velletje aan de binnenzijde moet zeer zorgvuldig worden verwijderd. Sinaasappelschillen worden gedroogd en gemalen in de volgende spijzen gebruikt:
Groenten: wortelen;
Zoete gerechten: gebak, omelet, pudding;
Vlees: eend, gans.
Vraagt u bij het kopen van sinaasappels wel of ze behandeld zijn met een conserveermiddel. De schillen van zulke vruchten zijn (ook na wassen) ongenietbaar.

Singeren: bestrooien met bloem om te binden. Bijvoorbeeld bij Spaanse saus - als de groenten uitgezweet hebben singeert men de groenten (met bloem).
Ook bij de bereiding van stoofvlees enz...



Sla allerlei
: het sla-assortiment is de laatste jaren enorm uitgebreid. In de winkels zijn volop voorgesneden slamengsels verkrijgbaar. Hoe verser de sla hoe beter de smaak. In de koelkast is de groente enkele dagen houdbaar. Sla komt uit eigen land, maar ook uit onder andere Frankrijk, Nederland en Spanje.

Slavink: bestaat uit een rolletje varkensgehakt dat in twee kruiselings gelegde sneetjes ontbijtspek is gewikkeld.

Op Smaak brengen: zout en peper aan een bereiding toevoegen, eventueel andere kruiden en specerijen.

Smoren: is het gaar maken in weinig vet op een klein vuur, met een deksel op de pan, waardoor het gerecht niet bruin wordt.

Snijbonen: lange platte bonen, die voor gebruik in stukjes of reepjes worden gesneden. Was de bonen voor gebruik haal voor het snijden de punten er af. In de koelkast zijn snijbonen verpakt in een plastic zak met gaatjes enkele dagen houdbaar. Tegenwoordig zijn ook kant-en-klaar gesneden snijbonen verkrijgbaar

Snijden: verdelen van vlees, groenten, aardappelen in gelijke hoeveelheden.
Grof snijden: in min of meer grote stukken snijden.
In 'brunoise' snijden: dit is in zeer kleine dobbelstenen snijden. De groente in de lengte meestal in vieren snijden. Vervolgens in zeer kleine dobbelstenen snijden.
In chiffonade snijden: zeer zachte gedeelten, zoals b.v. slablaadjes, in julienne snijden. Na de blaadjes gewassen te hebben en nadat ze uitgelekt zijn, trek je de nerven eruit. Leg de blaadjes per 10 op elkaar, rol ze als een sigaar op en snij ze vervolgens in zeer smalle sneetjes in de breedte.
In dobbelstenen snijden: de wortels, de prei, enz. in dikke blokjes of schijfjes snijden. Als de groenten te dik zijn, snijd je ze eerst in de lengte in vieren.
In julienne snijden: in smalle reepjes snijden, b. v.:
prei in julienne snijden: snijd de prei in staafjes van 7 cm lengte en snijd die staafjes in tweeën. Leg de staafjes open, klop de sneden plat en snijd ze vervolgens in de lengte in smalle reepjes.
aardappelen in julienne snijden: de aard appelen in dunne plakjes snijden, stapeltjes van 6 stuks maken en in smalle reepjes snijden.
In moten snijden: deze term wordt alleen gebruikt voor het snijden van vis.
In plakken snijden: vlees, vis of gevogelte in dunne sneetjes snijden, b.v.:
vlees in plakken snijden: let op de houding van de vingers.
kabeljauw in plakken snijden: boven de graat lossnijden. Het vlees in de lengte in tweeën snijden.
gevogelte in plakken snijden : een filet los snijden. Leg het vlees bloot door het vel er flink af te trekken. Snijd de aldus verkregen filet in de dikte in tweeën.
Insnijden: kleine inkervingen of gleuven maken, b.v. bij bloemkool.
In staafjes snijden: in de lengte snijden, b.v. prei in staafjes snijden.

Snipperen: in zeer dunne plakjes ofsnippcrs snijden, b.v.:
een ui snipperen: de ui in tweeën snijden. De platte snede op de snijplank leggen en iedere helft in dunne schijfjes snijden. In de andere richting fijnsnijden.
wortels snipperen: de wortel in de linkerhand houden en de toppen van de vingers intrekken. In schijfjes snijden. Het mes moet zeer scherp zijn.
champignons snipperen: de schoongemaakte champignons in zeer fijne schijfjes snijden.

Sojasaus
(ketjap): zoute geurige bruine saus gemaakt van sojabonen, meel, gist en zout. Essentieel voor de Chinese keuken: wordt in bijna elk gerecht gebruikt. De Chinese of Japanse soja kan men niet vervangen door de verwante Indonesische ketjap, dan krijgt men een heel ander smaakje. Ketjap kan heel erg zoet (seding), minder zoet (manis) en zout (asin) zijn. De ketjap manis wordt het meest gebruikt. Ketjap benteng manis is Indonesisch, zoet. Ketjap benteng asin is Indonesisch, zout. Chinese sojasaus is bitter tot licht zuur. Soubise: met uienpuree.

Soufflé: is een gerecht op basis van tot puree verwerkte ingrediënten, met ei gebonden en aangevuld met tot schuim geklopt eiwit. Soufflé wordt in de oven gebakken.

Sour cream : zie zure room.

Spaanse peper (lombok in Indonesië): het verschil tussen de groene en de rode Spaanse peper is dat de rode rijp en dus scherp is, terwijl de groene nog niet rijp en daardoor zachter is. Kan eventueel door sambal oelek worden vervangen.

Spatule: houten of metalen roerlepel, of plat, buigzaam instrument om iets mee uit te strijken.

Speenvarken
: big van tenminste 15 kg. Een speenvarken wordt in zijn geheel gebraden.

Sperziebonen: andere namen voor de sperzieboon zijn sla- of prinsessenboon. Harico vert is een Frans type met lange, dunne rechte peulen. Er bestaan ook gele sperziebonen. Was de bonen voor gebruik, snij de puntjes er af en breek ze in stukken. Verpakt in een plastic zak met gaatjes zijn de bonen enkele dagen op een koele plaats of de koelkast houdbaar.

Spies: lange, licht afgeplatte pen van meestal roestvrij staal, waarop verschillende in stukken gesneden ingrediënten worden geregen.

Spinazie: een kwetsbare groente. Gebruik spinazie daarom het liefst op de dag van aankoop. Was spinazie voor gebruik enkele malen in koud water en laat de groente uitlekken in een vergiet. Kook de groente met aanhangend water in enkele minuten gaar. Spinazie uit, blik, pot en diepvries hoeft alleen maar te worden opgewarmd.

Spitskool: een spitse witte kool soort met een zachte smaak. In de koelkast is de groente ongeveer een week houdbaar. Er is ook volop voorgesneden spitskool verkrijgbaar.

Spuitwater: is een oplossing van koolzuur onder druk in water. Spuitwater levert geen energie.

Spruiten: moeten in tegenstelling tot andere groenten worden gekookt in ruim water. Op deze manier gaat er zo min mogelijk vitamine C verloren. Door de kooktijd kort te houden (10-15 minuten) worden ‘nare kookluchtjes’ en ‘het zwaar op de maag liggen’ voorkomen. In een open zak is de groente 3-7 dagen houdbaar

Stomen: gaar maken op stoom bestaat erin de voedingsmiddelen in een vergiet, draadmandje of op een rooster te plaatsen boven een kokende vloeistof. Hieraan is ook een aparte bladzijde gewijd.



Stoofperen: deze peren moeten voor gebruik eerst worden gekookt, anders zijn ze niet lekker. Echte ‘roodkokers’ zijn de Gieser Wildeman en de Brederode. Stoofperen zijn enkele weken houdbaar op een koele plaats.

Storten: het uit de vorm nemen van een gerecht of het verwijderen van de vorm.

Stoven: gaar maken in een gesloten pan met weinig of geen vloeistof.

Sudderen: op een langzame manier iets bereiden.

Suikermaïs: wordt in eigen land geteeld, maar ook aangevoerd uit landen rond de Middellandse Zee, Amerika en Afrika. Verwijder voor gebruik de schutbladen en de draden. Kook de kolven in ruim water met een schepje suiker. Voeg geen zout toe dat maakt de korrels hard. Mini maïskolfjes smaken heerlijk in roerbakgerechten.

Suprême: verfijnde kippenfilet of een velouté van gevogelte opgeklopt met boter of room.

 
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
 
 
 
 

 
Print deze pagina
Eén pagina terug
 
Recepten per Land:
   
Europa
Afrika
Midden-Oosten
Noord, Centraal en  
   Zuid-West Azië
Oost-Azië
Zuid-Oost-Azië
Zuid-Azië
Oceanië
Noord-Amerika
Centraal-Amerika
De Caraïben
Zuid-Amerika
 
Lijst met alle landen
 
Overige recepten:
 
Little Glutton (nieuw)
Likkebaarden
De Smulpapen
Kookpunt (nieuw)
O dierbaar België (nieuw)
 
Varia:
 
Links
Zend een recept in
Keukenlatijn
Conversietabellen
 
 
© 2005-2007 Koffieklets.com