| Het
Gebruik van de Römertopf
PRINCIPES
Römertopf is het Duitse woord voor Romeinse pot.
De ovenschaal dankt deze naam volgens overlevering aan
het feit, dat de gerechten erin op dezelfde manier gaar
worden als de Romeinen vroeger gebruikten. Zij verpakten
een groot stuk vlees in een laag klei en legden het
zo in het vuur. Het werd dan gaar in zijn eigen sappen.
Omdat de klei ook vocht bevatte, verliep dit proces
geleidelijk en was er geen kans op verbranden.
De Römertopf werkt volgens hetzelfde principe.
Voor het gebruik moet u het poreuze aardewerk vocht
laten opzuigen. En ook al wordt de oven erg heet (meestal
is een oventemperatuur van 225°C nodig), toch wordt
de bodem van de Römertopf niet warmer dan 100°
C, zodat het gerecht niet verbrandt, maar in eigen vocht
gaar stoomt. In de ruimte tussen het gerecht en het
deksel wordt de temperatuur ongeveer 150°C. De bovenkant
van het gerecht krijgt zo toch een mooi bruin korstje.
Doordat de poriën van het aardewerk vol zitten
met water, verdampt het eigen vocht van de gerechten
niet of nauwelijks en is het meestal niet nodig, extra
vocht toe te voegen, tenzij het gerecht natuurlijk veel
extra vocht nodig heeft, zoals bijvoorbeeld rijst. Ook
toevoegen van vet is niet nodig. De eigen smaak van
de ingrediënten komt goed naar voren, al kan een
klontje boter en/of een scheutje wijn de smaak soms
verhogen.
Aardewerk is poreus; de Römertopf zuigt dus als
het ware het aroma en de geur van de gerechten op. Reserveer
daarom aparte schotels voor vis, vlees en zoete gerechten.
SCHOONMAKEN
Is uw Römertopf nieuw, dan moet u hem eerst een
uurtje in koud water leggen om alle stof en gruis los
te weken. Borstel hem goed schoon en de schotel is klaar
voor gebruik.
Ditzelfde geldt voor een Römertopf die lang niet
is gebruikt. Al bij het eerste gebruik zal de Römertopf
iets verkleuren, want door het stoven en braden ontstaan
bruine plekken die niet meer zijn te verwijderen. Maar
dit heeft geen enkele invloed op de gerechten zelf.
De Römertopf, vooral die met de warmteverdelende
bodem, is vlug en gemakkelijk schoon te maken met een
afwasborstel of een speciaal sponsje voor de Römertopf
en heet water. U kunt eventueel wat afwas middel in
het water doen om het vet gemakkelijker op te lossen.
Gebruik echter nooit een schuurmiddel (zoals vim), want
dat tast het materiaal aan en het verstopt de poriën
van de schotel.
Als de Römertopf schoon is, laat u hem een uurtje
drogen. Dan legt u de beide helften in elkaar en bergt
hem - liefst op een goed te ventileren plekje - op.
Bij regelmatig gebruik is de Römertopf eens in
het half jaar aan een grote schoonmaakbeurt toe. Kook
hem een half uur uit in water met wat azijn of vul de
Römertopf met water en zet hem 30-40 minuten in
de oven (220°C). Alle poriën worden nu schoongespoeld
en kunnen weer vrij ademen.
VOORBEREIDEN RÖMERTOPF
Voor elk gebruik zet u de schaal en de deksel van de
Römertopf 15 minuten in koud water. Zorg, dat ze
allebei helemaal onder staan. Het aardewerk zuigt zich
dan vol met water en staat dit in de oven straks weer
als stoom af. Er hangt dus een klein laagje waterdamp
boven het gerecht, waardoor dit niet kan uitdrogen.
Eigenlijk moet u de Römertopf in het water zetten
vlak voordat u hem vult en in de oven zet, maar er zijn
dagen dat dit slecht uitkomt. Dan wilt u het liefst
alles 's morgens al klaar hebben. Dat kan, als u maar
een natte doek om de natte en gevulde Römertopf
slaat en hem wegzet op een koele, schaduwrijke plaats.
Het vocht in de poriën is dan nog niet verdampt
als u de Römertopf 's avonds in de oven zet.
VOORBEREIDEN INGRËDIËNTEN
Het voorbereiden van een Römertopfgerecht is vaak
minder werk dan het klaarmaken van een ovenschotel.
Voor een gewone ovenschotel moeten de ingrediënten,
vooral groenten, meestal van tevoren min of meer gaar
worden gemaakt.
Bij een Römertopfgerecht is dat niet nodig. Alle
ingrediënten worden in de Römertopf helemaal
gaar.
Het voorbereiden bestaat daarom bijvoorbeeld alleen
uit groenten schoonmaken en snijden, vlees kruiden en
eventueel een uitje fruiten voor de smaak. Dit kunt
u gemakkelijk doen in de tijd dat de Römertopf
in het water staat. Laat schaal en deksel goed uitlekken
als u ze uit het water haalt. Als er te veel vocht in
achterblijft, wordt het gerecht te nat. Nu kunt u de
ingrediënten in de schaal doen.
Heeft u verschillende groenten en blokjes vlees, zorg
dan dat ze goed over de schaal zijn verdeeld. Ook kruiden
moet u goed over de schaal verdelen. Een stuk groot
vlees legt u als eerste in de schaal met het randje
vet - als dat eraan zit - naar boven. Groenten rangschikt
u er dan omheen. Behalve bij bijvoorbeeld rijst, is
extra vocht en/of vet toevoegen niet nodig, tenzij voor
de smaak. Zo kunnen een paar klontjes boter op de rollade
of ratatouille het geheel wat smeuïger maken. Maar
ook zonder boter zijn deze gerechten lekker. Ze leveren
dan maar weinig calorieën en zijn dus heel geschikt
als u aan de lijn doet.
Een scheutje wijn kan de smaak verhogen en het geeft
gerechten meteen iets feestelijks. Is de Römertopf
eenmaal gevuld, gesloten en in de oven gezet, dan hoeft
u verder niets te doen, terwijl u bij een emaillen braadpan
vet of vocht zou moeten toevoegen om aanbranden te voorkomen.
IN DE OVEN
Natuurlijk worden de gerechten in de Römertopf
alleen bruin als u weinig of geen vocht toevoegt. Maakt
u bijvoorbeeld een stoofpot klaar, dan wordt zoveel
vocht toegevoegd dat van echt bakken geen sprake kan
zijn. Dat zou bij zo'n gerecht trouwens de bedoeling
ook niet zijn.
Wilt u een knapperig bruin korstje op een gerecht laten
komen, neem dan de laatste 10 minuten van de bereidingstijd
het deksel van de Römertopf.
Plaats de Römertopf altijd in een niet voorverwarmde
oven. De Bay-Römertopf mag uitsluitend in de oven
worden gebruikt. Zet hem dus nooit op een hete kookplaat
of gasvlam.
Aan een warme Römertopf mag u alleen voorverwarmd
vocht toevoegen. Giet tijdens het koken dus ooit koud
water of een ander koud mengsel bij, omdat de schotel
dan kan springen.
Open de römertopf pas, nadat u hem uit de oven
heeft gehaald om zo te voorkomen dat u zich aan de hete
stoom zou branden. Gebruik hierbij een paar ovenwanten
met lange manchetten.
Wilt u naast een grote Römertopf met bijvoorbeeld
vlees, naderhand ook nog een kleiner met bijvoorbeeld
aardappelen en groenten in de oven zetten, plaats de
schotel dan voor het gebruik 15 minuten in warm water.
Vul hem met de aardappelen en groenten en u kunt hem
nu zo in de oven zetten.
De Römertopf is gevoelig voor grote temperatuurschommelingen.
Zet de Römertopf daarom nooit zomaar op een stalen
of stenen aanrecht. Het is beter om de warme schotel
op een dubbelgevouwen theedoek of houten plank te zetten.
Zo verkleint u de kans op springen. Nog handiger is
natuurlijk de speciale houder, waarin zowel de kleine
als de grote Römertopf past.
KOOKTIJDEN
De Römertopf kan zowel in een elektrische oven
als in een gasoven worden gebruikt. De bereidingstijden
moet u in uw eigen oven uittesten, want de ene oven
wordt wat sneller warm dan de andere of geeft een regelmatigere
warmte.
Bij een elektrische oven kunt u de thermostaat meteen
op de juiste stand inschakelen, omdat de vereiste temperatuur
geleidelijk wordt bereikt.
Een gasoven daarentegen moet u geleidelijk hoger stellen.
Zet de knop eerst 5 minuten op stand 1, dan 5 minuten
op 2 en dan op de temperatuur, die in het recept staat
aangegeven.
Bij een gasoven met thermostaat is dit niet nodig;
hier kunt u weer meteen op de vereiste stand inschakelen.
Wilt u een recept uitproberen, houd dan gemakshalve
een temperatuur aan van 200°C en controleer het
gerecht na 60 minuten. U kunt dan beoordelen, hoe lang
het nog in de oven moet staan. Tel bij de gewone bereidingstijd
1/4 van deze tijd op voor bereiding in de Römertopf.
Stel de keukenwekker pas in, als de oven helemaal op
temperatuur is.
Overigens staat een Römertopfgerecht eigenlijk
nooit gauw te lang in de oven. De kans op aanbranden
is door het geleidelijke proces maar heel klein.
Bron: Posting van Astrid Veltman op
Fidonet in het begin van de jaren 90, door mij ingekort
en qua volgorde veranderd.
|