Nagelgruis: is een mengsel
van gemalen piment, muskaatnoot en kaneel. Het moet duidelijk
worden onderscheiden van kruidnagelgruis. Nam
pla (Thaise keuken): een vissaus, die als vervanging
van zout wordt gebruikt, en die op de traditionele wordt
gemaakt door kleine garnalen te mengen met zout en water
en die dan een paar dagen in de zon te laten staan,
terwijl de vloeistof in een reservoir druipt. Ook vaak
met ansjovis. Te koop in Chinese winkels, zoals Sun
Wah (Antwerpen, Brussel).
Nam prik (Thaise keuken): Een gekruide
saus, die vaak als bijgerecht wordt geserveerd. Erg
scherp dus bij de eerste keer is voorzichtigheid geboden.
Maak de saus door 2 eetlepels zoute vis, 6 teentjes
knoflook, 4 verse rode pepers, 25 ml nam pla (vissaus),
75 ml vers limoensap, 2 theelepels lichte sojasaus en
1/2 theelepel suiker samen te stampen.
Napolitaine: zijn verschillende soorten
ijs in lagen. Maar het kan ook een mengsel zijn van citroen-
en sinaasappelsap, een drankje dat koel wordt geserveerd.
Napperen: een reeds bereide
schotel afwerken door er een saus of room over te gieten.
Navarin: een ragout van schapenvlees
met aardappelen en/of groenten. Nectarine:
Deze vrucht is een spontaan opgetreden variant van de
perzik. De schil is glad en de vrucht is minder kwetsbaar.
Nectarines kunnen als een appel worden gegeten. Bewaar
de vruchten op een koele plaats. Een belangrijk aanvoerland
is Italië.
Netels: brandnetels worden onder andere gebruikt
bij de bereiding van Snoek op de wijze van Virelles. Om
ze te plukken en schoon te maken, trekt men best handschoenen
aan. Niçoise, à la: heeft
te maken met recepten uit de streek van Nice. Er komen
voornamelijk knoflook, olijven, ansjovis, tomaten en sperziebonen
in voor. Niervet: is vet dat
rond de nieren zit. Kalfsniervet is zo fijn van smaak,
dat het wordt gebruikt in plumpudding.
Noedels: zijn deegwaren. Vooral in Oost-Europese
keukens zien we ze vaak op het menu staan in de vorm van
(fantasie)macaroni, spaghetti, mie, enz. Noisette:
nootkleurige boter. Ook: een rond gesneden of gebonden
stukje vlees. Nootmuskaat: afkomstig
uit Indonesië; is de pit van een vlezige okergele
vrucht die op een abrikoos lijkt. De noot wordt gebruikt
voor zowel zoete als hartige gerechten. Vers geraspte
noten geven de meeste smaak.
Normande: vissaus waarin steeds garnalen,
solen en champignons verwerkt zijn.
Noten & zaden: amandelen, cashewnoten, ginkgonoten,
lotuszaden, meloenpitten, pinda's en walnoten zijn te
koop bij de speciale notenzaken die men in de grote steden
vindt. Verder bij delicatessenzaken, reform- huizen, etc.
|