| |
| |
| Tsjechische
Fazant |
|
|
Voor
10 personen:
10 fazanten à 600 g netto
100 g lardeerspek
50 g gerookt spek
200 g boter
200 g uien
1 laurierblad
zout
8 pimentkorrels
10 peperkorrels
50 g bloem
1 liter bouillon
Was de fazanten, wrijf ze droog, lardeer ze, bestrooi ze met wat
zout. Pel de uien, snipper ze grof, leg ze met het laurierblad,
de piment- en peperkorrels op de bodem van een braadpan of braadslede.
Schik de fazanten op dit bed, overgiet ze met de inmiddels gesmolten
boter, schroei ze op hoog vuur aan onder een deksel. Temper de hitte
en voeg desgewenst een scheut warm water of warme bouillon toe.
Stoof de vogels daarna zachtjes gaar.
Haal de gare fazanten uit de pan. Bind de fond met de aangemaakte
bloem, voeg al roerende de bouillon toe en voeg het in kleine blokjes
gesneden rookspek toe. Laat de saus tot de vereiste dikte inkoken,
controleer haar op smaak maar zeef niet.
Serveer de fazant met aardappelcroquetjes en in rode wijn gestoofde
rodekool. |
|
|
| Soort: Gevogelte |
| |
Land: Tsjechië
|
| |
Bron: Piere
Mengelatte, Walter Bickel, Albin Abélanet : "Buffetten
& Ontvangsten", Elsevier - Amsterdam/Brussel 1984
Ga één
pagina terug |
|
|
|