|
Voor 10 personen:
500 g bloem
30 g gist
10 g zout
100 g suiker
2 eierdooiers
120 g boter
de geraspte schil van 1 citroen
mespuntje zout
Om te bestrooien:
50 g poedersuiker
200 g boter
Kneed een glad en vrij stevig deeg van bloem, in lauwe melk opgeloste
gist, suiker, zout, geraspte citroenschil, eierdooiers en weke
boter. Laat het deeg ruim een half uur rijzen. Daarna goed slaan
en oprollen op een met bloem bestoven tafel tot een lap van 1
centimeter dik. Snijd deze in vierkanten van 5 x 5 centimeter.
Verdeel de diverse vullingen over de vierkanten en vouw ze rechthoekig
dicht. Leg ze naast elkaar op een met boter bestreken bakblik
of beter nog in een koekenpan. Bestrijk dan de kussentjes met
weke boter.
Laat ze nog ruim 15 minuten rijzen en bak ze in een matig warme
oven tot ze een mooie goudkleur hebben verkregen. Leg ze dan op
een broodplank, snijd ze los en bestrooi ze met poedersuiker.
Men drinkt er gewoonlijk koffie met melk bij.
Kwarkvulling: 250 gram door een
zeef gewreven kwark vermengen met 90 gram poedersuiker, 1 eierdooier,
1 eetlepel rum, wat geraspte citroenschil en 30 gram krenten.
Maanzaadvulling: kook 10 minuten, onder voortdurend
roeren 100 gram gemalen maanzaad, 30 gram chocolade en 2 deciliter
melk. Als de massa koud is voegt u er 50 gram poedersuiker en
5 gram vanillesuiker aan toe. Vermeng alles goed.
Pruimenvulling: roer goed door elkaar 250 gram
pruimenjam met 1 theelepel geraspte citroenschil, 1 flinke mespunt
kaneel en 2 eetlepels rum.
Bereidingstijd:
20-30 min.
|