| Dit
recept stamt van Duitse banketbakkers die in de 19e eeuw in Riga
(Letland) woonden.
deeg:
200 g zelfrijzend bakmeel
150 g boter
snufje zout
100 g suiker
1 eetlepel citroensap
schil van 1 citroen
2 eidooiers
4 eetlepels zure room (sour cream)
vulling:
5 eetlepels abrikozenjam
100 g gepelde en gehakte amandelen
1 eidooier
extra: vruchtentaartvorm met een doorsnede van ca. 28 cm
Snijd de boter in het meel en voeg daarna zout, suiker, citroensap,
de 2 eidooiers, de geraspte citroenschil en de zure room toe.
Roer alles goed door elkaar. Pas op want het kleeft.
Zet 1/3 van het deeg apart voor de top/het deksel van de taart.
Rol de rest van het deeg uit en bekleed hiermee de ingevette taartvorm,
ook de zijkanten.
Verdeel de jam over de bodem en strooi de amandelen erover.
Rol het apartgehouden deeg uit en leg het op de abrikozenjam.
Krul de randen om van het onderste deeg. Maak met een scherp mesje
sneetjes van ca. 3 cm in de bovenkant van de taart (fantasiepatroontje).
Besmeer de bovenkant van de taart met de losgeklopte eidooier.
Bak de taart in een voorverwarmde oven op 200 °C gedurende
ca. 30 minuten.
|