|
25 gr zeer zachte boter
3 eetlepels gezeefde poedersuiker
4 eieren
260 gr kristalsuiker
mespunt zout
140 gr bloem
20 gr maïzena of custardpoeder
150 gr boter
120 gr poedersuiker
1 dl melk
1 el custardpoeder
4 el cacaopoeder of 1 reep (30 gr) bittere chocolade
3 el citroensap
Belangrijkste keukengerei: boterkwast, 2 ronde vormen of springvormen
met een middellijn van 24 cm, mixer, bloemzeefje, eierklopper,
oven (170°C).
Bestrijk de bodem en slechts 2 cm van het onderste
deel van de wand van de vormen met boter. Strooi de poedersuiker
in de vormen en strooi het teveel aan poedersuiker er weer uit.
Zet de vormen even weg.
Splits de eieren zeer zorgvuldig. Roer de eierdooiers met 160
gr kristalsuiker, de vanillesuiker, wat zout en 1 1/2 eetlepel
goed warm water tot een luchtige lichtgekleurde massa. Schuif
het rooster in het midden van de oven, maar verwarm deze nog niet
voor.
Klop het eiwit zo stijf, dat het met een mes in plakken te snijden
is. Verwarm de oven voor. Zeef de bloem met de maïzena op
het eiwit, giet daarop de schuimig geklopte eierdooiers en spatel
(roer vooral niet) alles met het pannekoekmes of een grote metalen
lepel vlug en luchtig door elkaar. Schep, zodra er geen losse
bloem meer te zien is, het deeg in even grote porties in de beide
vormen. Zet die zo op het rooster in de oven, dat de vormen elkaar
net niet raken.
Roer de boter tot die zeer zacht en lichter van kleur geworden
is. Zeef 100 gr poedersuiker op de boter en roer beide door elkaar.
Maak een glad papje van 2 eetlepels melk, de resterende poedersuiker
en het custardpoeder. Laat in een kleine steelpan de rest van
de melk warm worden, voeg het papje toe en laat, onder goed roeren,
de melk even koken. Neem het pannetje van het fornuis en roer
de cacao of de van tevoren in kleine stukjes gebroken chocolade
door de custardvla. Roer tot een gladgebonden vla is ontstaan
en schep die over in een met koud water omgespoeld kommetje. Laat
de chocoladevla bekoelen, maar zet het kommetje niet in de koelkast.
Controleer of het deeg gaar is: druk hiervoor met de vinger even
in het deeg; een vingerafdruk mag slechts enkele ogenblikken zichtbaar
blijven en het gare deeg moet enigszins van de wand van de vorm
loslaten. Neem het gare deeg uit de vormen en laat het gebak op
taartroosters koud worden.
Schep de dikke, lauwwarme chocoladevla lepelgewijs onder goed
roeren met een houten lepel of de eierklopper door de boter met
de suiker. Proef deze chocolade crème-au-beurre, die minder
vet is en beter vorm houdt dan crème-au-beurre die alleen
van boter en suiker wordt gemaakt en voeg naar smaak nog wat poedersuiker
of cacaopoeder toe.
Snijd beide taarten met een dikke draad garen of een mes overdwars
door. Bestrijk de gebakken zijde van 3 lagen taart met de crème
en laat deze stevig worden. Leg een plak gebak op de taartschotel.
Veeg een niet te grote koekepan goed schoon met een stukje keukenpapier.
Doe de resterende kristalsuiker in de koekepan en laat de suiker,
onder af en toe omschudden, smelten en karamelkleurig worden.
Neem de pan van het fornuis en leg een deksel schuin op de pan,
zodat aan de achterzijde van het deksel een opening blijft (het
deksel dient om tijdens het toevoegen van water de hand tegen
stoom te beschermen). Giet 2 dl warm water over het deksel in
de pan. Zet de pan op de niet te hoog gedraaide vlam of plaat
en laat de karamel even koken. Schenk het citroensap in de pan
en neem die van het fornuis als de karamel dik vloeibaar is geworden.
Schep 2 eetlepels karamel over de chocoladecrème op de
taartlaag op de schotel. Leg de volgende taartlaag op de eerste
en schep daar weer wat karamel op. Leg de derde taartlaag op de
tweede en schep daar weer 2 eetlepels karamel op en leg er de
laatste taartlaag op, met de gebakken zijde naar boven. Schenk
de rest van de karamel op de taart en zet die afgedekt met een
kom op een koele plaats, maar niet in de koelkast.
Snijd de taart met een telkens in kokend water gedompeld mes in
6 of 8 punten, als de caramel nog niet hard geworden is.
|