| (2
pers.)
6
plakjes bladerdeeg (10 x 10 cm), diepgevroren
1 eetlepel bloem
125 g bloem, ongezouten
2 eetlepels amandel- of notenolie
250 g walnoten, fijngehakt
250 g suiker
1 theelepel kaneel
1 eetlepel vloeibare honing
1 eetlepel citroensap
evt. 2-3 eetlepels geschaafde amandelen
Laat
de bladerdeegplakjes ontdooien. Rol de plakjes op een licht met
wat bloem bestoven werkvlak uit tot plakjes van 12 x 15 cm.
Laat de boter zachtjes smelten en klop de olie erdoor. Neem het
pannetje met het mengsel van de warmtebron en blijf er dan nog
1 minuut in roeren en kloppen.
Bestrijk bodem en wand van een rechthoekige (12 x 30 cm) vorm
met een kwastje met het botermengsel. Bestrijk daarna alle uitgerolde
bladerdeeglapjes aan weerszijden met het botermengsel.
Vermeng de noten met 75 g suiker en het kaneel.
Leg 2 plakjes deeg op de bodem van de vorm. Verdeel de helft van
de noten erover. Dek het af met een nieuwe laag bladerdeeg en
verdeel de rest van de noten erover. Dek die noten af met de laatste
bladerdeegplakjes. Druk alles goed aan en breng met de punt van
een scherp mesje een ruitjespatroon in het deeg aan. Bestrijk
het deeg daarna nogmaals met het botermengsel.
Plaats de vorm op het rooster in het midden van de tot 180 °C
voorverwarmde oven.
Verhoog na 20 minuten de ovenwarmte tot 220 °C.
Laat het gebak dan nog 15 minuten in de oven staan, tot het aan
de bovenzijde een fraaie goudbruine kleur heeft gekregen.
Breng intussen 1 dl water aan de kook. Los de rest van de suiker
erin op en roer honing en citroensap erdoor. Laat de suikersiroop
afkoelen.
Schenk de afgekoelde suikersiroop over het gebak, zodra het uit
de oven is genomen. Laat de baklavá daarna in de vorm volkomen
koud worden.
Neem de vorm weg en snijd het gebak in ruiten.
U
kunt direct nadat de suikersiroop over het gebak is geschonken,
de taart bestrooien met licht geroosterde geschaafde amandelen.
Rooster de geschaafde amandelen in een hete droge koekenpan. Laat
ze onder voortdurend omschudden wat kleur krijgen. Stort ze op
een groot bord en laat ze uitgespreid koud worden.
|