1
gepocheerde kippenborst
200 gram kippenlevers
100 gram champignons
4 sjalotjes
tijmpoeder
laurierpoeder
l glas madera
5 eieren
1 dl slagroom
3 dl kippenbouillon
40 gram bloem
150 gram boter
citroensap
bieslook
zout, peper
Maak de kippenlevers schoon. Doe ze in een kom, strooi er tijmpoeder,
laurierpoeder, peper en zout en schenk er de madera over. Laat
dit een uur marineren. Roer er af en toe in.
Maak de kippenborst fijn in de mixer. Maak de champignons schoon
en hak ze fijn. Schil de sjalotjes en hak ze fijn.
Verhit 50 gram boter in een pannetje. Doe er de bloem bij en
meng het goed. Leng de roux aan met de kippenbouillon en laat
de saus zachtjes gedurende tien minuten koken.
Laat de levers uitlekken en bewaar het vocht. Smelt 30 gram boter
in een pan en sauteer hierin even de levers. Ze moeten rose blijven.
Draai ze door een zeef.
Doe 30 gram boter in de pan van de levers, verhit en voeg de
sjalot toe. Laat deze wat kleur krijgen en voeg dan de champignons
toe. Sauteer 8 minuten op zacht vuur.
Breek ondertussen 1 ei en scheid de dooier van het wit. Gebruik
het wit voor iets anders. Meng de dooier met wat citroensap. Houd
twee eetlepels room apart en meng de rest met de eidooier. Doe
er een lepel warme saus bij. Meng de liaison nu bij de rest van
de saus, verwarm deze maar laat ze niet meer aan de kook komen.
Breng de saus op smaak en houd ze warm.
Voeg de kippenborst en de lever bij de champignons en giet er
de madera van de marinade over en het derde deel van de saus.
Laat dit onder voortdurend roeren 5 minuten koken.
Beboter 4 kleine bakjes en leg op de bodem een laagje gevogeltepuree.
Breek een ei in elk bakje, strooi er zout en peper over en schenk
er de rest van de saus op. Zet de bakjes in een bain marie in
een oven van 200 graden C. en laat ze daar 6 minuten koken.
Was en hak wat bieslook fijn. Voor het serveren van de bakjes
strooien we deze bieslook erover.
|