500
gram bloem
10 gram zout
30 gram gist
1 theelepel suiker
225 gram koude harde boter
1 eidooier
Maak van de ingrediënten zonder de boter een deeg als bij
gistdeeg en sla dit op de werkbank tot het taai en elastisch is.
Dek het af en laat het op een lauwwarme plaats 1 tot 1.5 uur rijzen.
Rol het deeg uit tot een dunne lap. Verdeel 1/3 van de boter in
blokjes en verdeel dit over de helft van de deeg. Sla het deeg
dicht en druk het iets aan. Rol het naar de gesloten kant toe
zo dun mogelijk uit. Vouw het deeg in drieën, draai het een
kwartslag en vouw het nogmaals dubbel. Laat het deeg 30 minuten
rusten in de koelkast en rol het daarna nogmaals zo dun mogelijk
uit.
Verdeel de helft van de resterende boter in blokjes en vouw en
rol het deeg als voorheen. Laat het nogmaals een 1/2 uur in de
koelkast rusten. Herhaal tenslotte het hele procédé
nogmaals.
Rol nu het gekoelde deeg uit tot een dunne rechthoekige lap en
verdeel deze in stukken van 20 x 20 cm. Rol elk stukje diagonaal
op en leg ze op een beboterde bakplaat. Laat ze op de afgedekte
bakplaat nogmaals 30 minuten rijzen.
Bestrijk de croissants met losgeroerd eigeel en plaats ze in
een oven van 240 graden C. en bak ze hierin in 15 tot 20 minuten
gaar en goudbruin.
|