2
kg stevige vis (b.v. poon, wijting, schelvis of zeeduivel, in ieder
geval tenminste drie verschillende soorten vis)
1 peterseliewortel
2 takjes peterselie
stukje wortel
stukje prei
12 gekneusde peperkorrels
zout
2 laurierbladen
5 teentjes knoflook
enkele saffraandraadjes
stuk dun geschilde sinaasappelschil
7 el olijfolie
1 venkelknol (in plakken gesneden)
3 tomaten (ontveld en in stukken gesneden)
1 tl basilicum
1 gesnipperde ui
4 sneetjes stokbrood (of meer)
Snijd de koppen van de vis en zet deze op met 1 1/4 liter water,
de peterseliewortel, takjes peterselie, wortel, prei, peperkorrels,
zout, laurierbladen, de helft van de uitgeperste knoflook en de
sinaasappelschil. Breng het water aan de kook, matig het vuur en
schuim af. Week de saffraanrandjes 5 minuten in een eetlepel koud
water en voeg ze met het felgekleurde water aan de bouillon toe.
Laat de bouillon een half uur trekken en zeef hem vervolgens.
Snijd de vis in stukken. Verhit 5 eetlepels olijfolie in een
pan. Voeg de stukken vis, in dunne plakken gesneden venkelknol,
klein gesneden tomaten en ui aan de hete olie toe. Laat dit alles
op hoog vuur 4 minuten bakken en voeg dan de basilicum en de kokende
bouillon toe. Laat de soep 5 minuten borrelend koken (door dit
harde koken gaan de olijfolie en bouillon een eenheid vormen).
Bak de sneetjes stokbrood in de resterende olijfolie aan beide
zijden goudbruin en knapperig en wrijf ze dan in met de andere
helft van de uitgeperste knoflook. Leg de sneetjes brood in de
borden en giet de hete soep erop.
N.B. Als variatie kunnen naast de vis ook wat mosselen en grote
garnalen worden toegevoegd.
|