een
gans of een eend
enkele grepen grof zout
ganzevet of desnoods varkensvet
ui en look
De gans of eend in 4 stukken snijden en het meeste
vet van het beest afsnijden. Dit vet fijnhakken.
De stukken vlees goed insmeren met grof zout en een nacht laten
opstijven. De vette afsnijdsels samen met extra ganze- of varkensvet
aan de kook brengen met wat water, de look en de ui, Als de massa
begint te koken er de stukken inleggen en zeer zachtjes laten
koken tot men met een “strootje” door het vlees van
de gans kan steken.
De stukken gans in een aardewerken pot schikken en overgieten
met het doorgezeefde vet. Snel laten afkoelen, bv in koud water.
De kaantjes die resten worden gebruikt als broodsmeersel.
Rilettes d’oie.
Het vlees bewaart nu gans de winter in een koele
kamer.
Als men ze wil eten wordt een stuk gans uit het vet gehaald en
ze wordt opgewarmd in een de oven, het gerecupereerde vet wordt
opnieuw in de pot met gans gegoten zodat het vlees goed bedekt
blijft met vet.
|