2
konijnen van elk ca. 750 g (panklaar)
1-2 eetlepels bloem
1 theelepel paprikapoeder
3 middelgrote rode uien
2 teentjes knoflook
400 g tomaten
5-6 eetlepels kappertjes met 2 eetlepels kappertjesvocht
2 dl droge sherry
2 dl bouillon (van tablet mag)
1 dl zure room (sour cream)
2 eetlepels tomatenpuree
1 eetlepel mosterd
1 theelepel gemalen oregano
1/2 theelepel gemalen tijm
1 1/2 theelepel zout
1 theelepel versgemalen witte peper
8 gevulde groene olijven
8 zwarte olijven
Snijd de konijnen in stukken. Meng de bloem met wat paprikapoeder
en wrijf de stukken hiermee in.
Pel uien en knoflook. Snijd de uien in dikke ringen, de teentjes
in reepjes. Kerf de tomaten met een scherp mesje kruiselings in
aan de onderkant. Leg ze 30 seconden in kokend water en meteen
daarna in ijskoud water. De tomaten moeten de schrik van hun leven
krijgen. Daarna laten ze zich gemakkelijk ontvellen. Snijd ze
in middelgrote stukken.
Verhit de olie in een grote braadpan en bak de stukken konijn
in porties aan alle kanten snel aan tot ze goudbruin zijn. Neem
ze uit de pan en leg ze apart.
Bak in dezelfde olie de ui en knoflook op laag vuur in 4 minuten
zacht en goudgeel.
Voeg de tomaten toe en bak 2 minuten mee. Doe de kappertjes met
vocht, de sherry, bouillon, zure room, tomatenpuree en mosterd
erbij.
Roer het geheel even door. Breng op smaak met oregano, tijm,
zout en peper.
Dek de pan af en laat afgedekt ca. 1 1/4 uur zachtjes stoven
tot het konijn gaar is.
Voeg de olijven in de laatste 10-15 minuten bij het konijn.
Breng het gerecht over in een warme schotel, of serveer op warme
borden.
Lekker met gekookte rijst.
|