|
Voor 1 brood, 8-12 porties:
6 eetlepels melk
75 g suiker
30 g boter
1/2 theelepel zout
1 theelepel anijszaad
snufje versgeraspte nootmuskaat
stukje verse gist of zakje droge gist
2 eieren
1 eidooier
425-450 g bloem
2 theelepels suiker
1/2 theelepel kaneel
Verwarm de melk en voeg de suiker, kleingesneden
boter, zout, anijszaad en nootmuskaat toe. Laat het
mengsel enigszins afkoelen.
Verkruimel de gist in een kommetje,
voeg 6 eetlepels lauw water toe en laat het papje afgedekt
ca. 5 minuten rusten. Voeg dan het melkmengsel, 1 ei,
1 eidooier en 400 g bloem toe. Vermeng alles met een
mixer tot een soepel deeg en laat dit afgedekt 1 1/2
uur rijzen.
Bestuif uw handen met bloem en kneed
het deeg krachtig. Voeg zo nodig meer bloem toe.
Maak een balletje deeg los en houd dit
apart.
Vet een bakplaat in. Vorm een rond brood
van het deeg en plaats dit op de bakplaat.
Vorm van het kleine balletje deeg versieringen:
kleine balletjes (tranen) en langwerpige 'beenderen'
(vandaar de naam 'Allerheiligenbrood'). Laat het brood
nog 30 minuten rijzen.
Verwarm de oven voor op 200 °C.
Roer het laatste ei los en bestrijk het brood hiermee.
Bestrijk de tranen en de beenderen met
ei en bevestig ze op het brood. Plaats de beenderen
kruiselings. Druk ze stevig vast.
Bak het brood midden in de oven in 30-35
minuten goudbruin. Dek het zo nodig af met alufolie
als de beenderen te donker worden. Laat het brood afkoelen.
Vermeng suiker en kaneel en bestrooi
het brood hiermee.
|