|
200 g snelkookrijst
4 eieren
snuf zout
8 eetlepels basterdsuiker
1 zakje vanillesuiker
1 1/2 eetlepel citroen- of limoensap
zout en peper
snuf nootmuskaat
snuf kaneel
3 grote, rijpe bananen
50 g bigarreaux (Franse gekonfijte vruchtjes)
2-3 eetlepels gepelde amandelen
Kook de rijst volgens de aanwijzingen op het pak en laat hem
helemaal afkoelen.
Verwarm de oven voor op 190-200 °C.
Splits de eieren. Sla de eiwitten met wat zout zeer stijf.
Doe de dooiers in een kom en roer hier de basterd- en vanillesuiker,
citroensap, nootmuskaat, kaneel en zout en peper naar smaak
door. Doe dit mengsel over in een blender en draai het op
hoge snelheid tot een smeuïge, gladde massa. Breng deze
over in een schone kom.
Roer de rijst door de dooiermassa en schep er de helft van
het eiwit luchtig door.
Pel de bananen, snijd ze in stukjes en doe deze in een schaal.
Prak de banaan fijn. Schep de bananenpuree met enkele voorzichtige
slagen door de rijstmassa en roer nu de rest van het eiwit
erdoor.
Vet een middelhoge ovenvorm in en vul deze tot 2/3 met de
rijst-bananenmassa. Strijk de bovenkant iets glad.
Halveer de bigarreaux en verdeel ze over de puree. Strooi
de gesnipperde of gehalveerde amandelen eroverheen.
Schuif de vorm in de warme oven en laat ca. 20-25 minuten
bakken tot de bovenkant goudbruin geworden is. Open tijdens
de baktijd de ovendeur niet: dan kan de soufflé inzakken.
Serveer deze soufflé direct.
|