|
stukje (5 cm) citroengras (sereh)
2 teentjes knoflook
1 limoen
zout en peper
2 kippenbouten
3 eetlepels bruine basterdsuiker
12 slabladeren
12 ronde vellen eetbaar rijstpapier
75 g laksa (transparante Chinese mie)
75 g taugé
stukje (15 cm) komkommer
stukje (10 cm) rettich
1 worteltje
3 takjes munt
3 takjes basilicum
Vietnamese pindasaus (recept volgt)
Hak het citroengras en de knoflook zeer fijn.
Pers de limoen uit en meng het sap met 1 theelepel zout, 1/2 theelepel
peper, het citroengras en de knoflook.
Verwijder het kippenvel. Prik met een scherpe
vork gaatjes in de kip en wrijf de bouten in met het limoen-kruidenmengsel.
Laat dit 30 minuten intrekken.
Breng 1/2 dl water met de basterdsuiker aan de
kook en roer tot de suiker is opgelost.
Even laten pruttelen. Bestrijk de kippenbouten
met de suikersiroop en laat ze 10 minuten staan.
Leg de bouten onder de hete grill en laat ze aan
beide kanten goudbruin worden (ca. 30 minuten). Bestrijk ze geregeld
met suikersiroop.
Was de slabladeren. Bevochtig de vellen rijstpapier
met een natte doek. Stapel de slabladeren met daartussen de vellen
rijstpapier op een schaal.
Leg de laksa in kokend water en laat deze in een
paar minuten zacht worden. Afgieten en koud afspoelen.
Leg de taugé 1 minuut in kokend water.
Afgieten en koud afspoelen.
Snijd de komkommer, rettich en het worteltje in
zeer smalle reepjes. Trek de blaadjes van de kruidentakjes.
Leg de groenten, de laksa, de blaadjes munt en
de blaadjes basilicum op een schaal.
Snijd het warme kippenvlees van het bot en daarna
in reepjes.
Aan tafel vult ieder de rijstvellen, gelegd op
een slablad, met groenten, laksa, kruiden en kip. Rol ze op en
dip ze in de pindasaus.
|