|
200 g gedroogde, gemalen kokosnoot
4 eetlepels geroosterde pinda's
6 eetlepels gesnipperde ui
2 tenen fijngesneden look
2 theelepels laos
4 theelepels korianderpoeder
2 theelepels komijnpoeder
1 theelepel zout
6 theelepels javaanse suiker
tamarinde (asem) ter grootte van 2 walnoten
1/2 theelepel kentjoer
2 djeroek poeroetblaadjes
4 salamblaadjes
1 spriet citroengras (sereh) 3 eetlepels olie
Wrijf ui, look, laos, koriander, komijn, kentjoer,
zout en suiker tot een brij. Maak van de tamarinde met 2 eetlepels
water een dik papje en zeef dit. Wrijf het moes door de kruiden.
Maak de olie warm en bak de pinda's lichtgeel.
Haal de pan van het vuur en schep de pinda's eruit. Zet de olie
weer op en fruit het kruidenmengsel tot de uien lichtgeel zijn.
Voeg nu de gemalen kokosnoot toe. Draai het vuur laag en roer
de gebraden kruiden goed door de gemalen kokosnoot. Schep de massa
om en om totdat de kokosnoot lichtgeel begint te worden. Voeg
djeroek poeroet, salam en sereh (fijngesneden, nerf uit de blaadjes
gehaald) erbij en fruit die mee. Roer er als de seroendeng mooi
egaal goudbruin is de gebakken pinda's door.
Doe het mengsel over in een schotel bedekt met
keukenpapier. Laat afkoelen en doe het in een stopfles.
|