|
Deze methode wordt gebruikt voor gevogelte en grote
stukken varkensvlees. (Geroosterd rund- of lamsvlees
wordt zelden gegeten.) Het vel wordt eerst ingesmeerd
met sesamolie of vet, waarna het vlees even geschroeid
moet worden in een oven of boven open vuur, zodat er
zich een korstje kan vormen. Vervolgens wordt het vlees
langzaam geroosterd tot het gaar is. Tijdens het roosteren
moet het vlees herhaaldelijk met soja of met een sterk
gekruide marinade overgoten worden. Het vlees moet altijd
op de één of andere manier van de bodem
verheven zijn - het kan op een rooster liggen of aan
een vleespen gestoken zijn. Er moet een pan met water
onder het vlees staan om het afdruipend vet op te vangen,
zodat dit niet in brand kan vliegen.
Het vlees moet altijd zoveel mogelijk
lucht hebben en zo weinig mogelijk oppervlak aanraken.
(Vlees dat in een platte pan wordt geroosterd en dus
in haar eigen vocht ligt te stoven, wordt meestal taai.)
Oorspronkelijk werd er in China in grote openluchtovens
geroosterd, waarbij het vlees ronddraaide aan een spit
of hoog boven het vuur werd gehangen. Deze methoden
kunnen tegenwoordig thuis uitstekend nagebootst worden
met ovens, elektrische en houtskoolgrills en barbecues.
Op de Chinese manier geroosterd vlees is altijd knapperig
aan de buitenkant en sappig en mals binnenin.
|