|
750 g paksoi
350 g kalfs- of rundergehakt
1 eiwit
1 eetlepel maïsolie
1 theelepel zout
1 theelepel versgemalen zwarte peper
1 eetlepel Shaoxingwijn
1 eetlepel palm- of rietsuiker
25 g gepelde pistaches
4 sliertsjalotten of voorjaarsuien
2 teentjes knoflook
stukje gemberwortel
100 g lotuswortel (uit blik)
125 g tahoe
50 g gele of groene paprika
5 eetlepels maïsolie
2 dl kippenbouillon (van tablet mag)
3 theelepels aardappelmeel
Snijd de gewassen paksoistengels in
schuine reepjes en het blad in grove stukken. Doe het
gehakt in een kom. Meng er een eiwit met olie, peper
en zout door. Voeg wijn en suiker toe en draai van het
vlees balletjes met een doorsnee van ca. 4 cm. Druk
de pistaches erin.
Snijd de gepelde sliertsjalotten in
schuine stukjes. Hak de teentjes knoflook fijn. Schil
de gemberwortel en rasp ca. 1-2 theelepels. Snijd de
lotuswortel in dunne schijfjes en tahoe in blokjes van
ca. 1 cm. Was de paprika, verwijder zaad en zaadlijsten
en snijd hem in dunne reepjes.
Verhit een wok eerst 10 seconden op
hoog vuur. Giet de olie langs de rand erin en verhit
tot een lichte rook opstijgt. Roerbak sjalot, knoflook
en gember 1/2 minuut. Voeg de balletjes toe en roerbak
ze voorzichtig 1 minuut. Schep alles over op een bord.
Doe nu lotuswortel, tahoe, paksoi en
paprika in de pan en roerbak het geheel 1 1/2 minuut.
Schenk de bouillon erbij. Doe de balletjes met sjalot,
knoflook en gember in de wok terug en stoof, afgedekt,
nog 3 minuten.
Schep alles over in een warme schaal.
Maak het aardappelmeel met wat water aan en roer dit
door het resterende stoofnat tot een lichtgebonden saus
ontstaat.
|