|
Een warm voorgerecht of tussendoortje.
60 g snelkookrijst
80 g rijstebloem
8-10 geweekte bamboebladeren
olie
vulling:
100 g half-om-half of mager varkensgehakt
1-2 teentjes knoflook
1 eetlepel reuzel
1 eetlepel sesam- of zonnebloemolie
2 eetlepels lichte sojasaus
mespunt zout
mespunt versgemalen peper
1 theelepel suiker
1/4 theelepel vijfkruidenpoeder
Kook de rijst volgens de aanwijzingen
op de verpakking en laat hem afkoelen.
Doe de rijstebloem in een ruime kom.
Maak in het midden een kuiltje en schenk hierin 2 eetlepels
kokend en 2 eetlepels koud water. Vermeng dit alles
tot een soepel egaal deeg. Kneed tot het goed elastisch
is en vorm het deeg tot een rol van ca. 5 cm doorsnede.
Snijd deze rol in 8-10 schijfjes.
Laat de geweekte bamboebladeren uitlekken.
Dep ze droog en bestrijk ze aan de binnenkant met olie.
Haal met een vork het gehakt uit elkaar.
Pel de teentjes knoflook en pers ze erboven uit. Verhit
in een pan met dikke bodem de reuzel en olie en bak
het gehakt op matig vuur even aan. Voeg de rijst, sojasaus,
zout, peper, suiker en vijfkruidenpoeder toe en bak
al omscheppend tot het geheel wat droog geworden is.
Laat alles in de pan afkoelen.
Druk met de muis van de hand elk schijfje
deeg plat en leg in het midden 2 volle theelepels vulling.
Druk de randen van het deeglapje naar boven en knijp
de randen, bevochtigd met wat water of eigeel, op elkaar.
Leg dit pakketje op een uiteinde van een bamboeblad
en vorm het voorzichtig maar gelijkmatig drukkend tot
een piramide. Vouw de rest van het blad eromheen en
houd het pakketje in vorm door er keukengaren omheen
te wikkelen. Leg de pakketjes in een stoompan en breng
het water in de onderste pan aan de kook.
Laat de batjang nog 12-15 minuten op
matig vuur stoven. Serveer direct.
Tip: gedroogde bamboebladeren zijn heel
goedkoop en verkrijgbaar in Aziatische winkels. Week
ze tot het blad zich makkelijk laat vouwen maar niet
uiteenvalt. Hoe beter de kwaliteit, hoe steviger het
is.
|