|
In het begin lijkt het sauteren misschien ingewikkeld
en raadselachtig, maar goed bekeken is het eigenlijk
bijzonder logisch en helemaal niet moeilijk. Succes
met sauteren is afhankelijk van twee dingen: men moet
de grondbeginselen van deze kooktechniek begrijpen en
men moet van tevoren alles klaarzetten.
Grondbeginselen. Er
is een bepaalde volgorde bij het sauteren, namelijk:
de pan en de olie verhitten; de eerste kruiden toevoegen
(knoflook, gemberwortel, etc.); het vlees en tenslotte
de vloeibare kruiderijen, de groenten, de bouillon en
de aangelengde maïzena. Soms ook wordt de groente
vóór het vlees gesauteerd, maar ze wordt
dan, als ze halfgaar is, met het vocht uit de pan genomen,
zodat het vlees in verse olie bereid kan worden. Als
het vlees half gaar is doet men de groente weer terug
in de pan en worden ze samen gaar gestoofd.
De pan en de olie verhitten. Men moet
altijd met een droge pan beginnen. Deze wordt dan snel
verhit tot het metaal heet genoeg is om een waterdruppel
te laten sissen. Dan gaat de olie in de pan en deze
wordt verhit tot er nog net geen damp afkomt. De olie
moet dun zijn en gemakkelijk uitvloeien. (Als de olie
en de pan niet heet genoeg zijn plakken de ingrediënten
aan de pan vast en worden ze slap.)
De eerste kruiden toevoegen. Als de
olie heet is, wordt het zout toe gevoegd. Dit roert
men even door de olie tot het is opgelost en dan gaat
de knoflook in de pan. De manier waarop de knoflook
wordt toegevoegd bepaalt boe sterk ze uiteindelijk in
het gerecht naar voren komt. Als men een teentje knoflook
halveert, op een vork prikt en terwijl de olie warm
wordt over de bodem van de pan wrijft is de knoflooksmaak
zacht en geschikt voor fijne groenten als bijvoorbeeld
asperges. Als men het teentje kneust (platslaat) en
in de olie fruit, maar uit de pan haalt voor de andere
ingrediënten worden toegevoegd, is de knoflooksmaak
sterker. Als men het teentje fijnhakt, even fruit en
dan verder in de pan laat bij de andere ingrediënten
is de smaak ervan in het gerecht het sterkst. Tegelijk
met de knoflook worden ook gesnipperde prei en/of gemberwortel
toegevoegd en meegesauteerd. Verder kan op dit moment
zwarte of bruine bonenpasta worden toegevoegd. Men roert
deze ingrediënten door de olie tot ze bruin beginnen
te worden en lekker gaan ruiken en dan gaat het vlees
in de pan.
Het vlees toevoegen. Het vlees wordt
altijd apart gesauteerd in zeer hete olie; het moet
daarbij energiek door de pan geschept worden tot het
half gaar is: rundvlees is half gaar wanneer het zijn
rode kleur verliest en bruin wordt; varkensvlees en
kip als ze wit worden; garnalen als ze roze worden.
In dit stadium wordt geen extra vocht toegevoegd; als
de pan te droog is voegt men alleen wat meer olie toe.
(Deze olie moet nooit rechtstreeks over het vlees gegoten
worden, maar in een wijde kring langs de rand van de
pan. De olie kan dan langs de kanten naar beneden lopen
en warm worden voor ze in aanraking komt met het vlees).
Het vlees moet droog zijn als het in
de pan gaat. Als dit niet het geval is vormt zich tussen
de olie en het vlees een laagje stoom dat het dichtschroeien
belemmert. Wanneer het vlees vochtig is (bijvoorbeeld
van een marinade) moet men het zorgvuldig afdrogen met
keukenpapier en/of bestrooien met maïzena.
De vloeibare smaakverfijners toevoegen.
Vloeibare srnaakverfijners, als soja en sherry, worden
in kleine hoeveelheden toegevoegd, maar niet voordat
het vlees gedeeltelijk gaar is. (Als het vlees nog te
rauw is en niet goed dichtgeschroeid, wordt het door
de vloeistof taai.) Door de soja en sherry op het juiste
moment toe te voegen kan het vlees bij hoge temperaturen
bereid worden zonder dat het verbrandt.
De soja en sherry brengen ook de natuurlijke
smaak van het vlees naar voren. Ze moeten dan wel een
beetje warm zijn voor ze met het vlees in aanraking
komen: dit gebeurt door ze op dezelfde manier als de
olie in de pan te doen - rondom langs de rand gieten
of rechtstreeks in een putje op de bodem van de pan.
(Zo voorkomt men dat ze zich in één gedeelte
van de pan concentreren.)
De groente toevoegen. Evenals de vloeibare
smaakverfijners worden de groenten over het algemeen
toegevoegd nadat het vlees gedeeltelijk gaar is. De
reden is dezelfde: als het vlees nog te rauw is maken
de groentesappen het taai.
In de regel hebben groenten minder hitte
nodig dan vlees, maar een langere kooktijd. Harde groenten
als bloemkool, paprika, etc. moeten het langst koken
en gaan vóór de malse groenten in de pan.
Varkensvlees wordt meestal in de pan gelaten om samen
met de groenten gaar te worden; rundvlees wordt over
het algemeen tijdelijk uit de pan genomen en pas aan
het eind er weer in teruggedaan.
Groenten moeten vlug maar met zorg gesauteerd
worden, zodat ze niet breken of zacht worden. Tere ingrediënten
als tahoe of vis worden helemaal niet geroerd: de pan
wordt schuin gehouden of heen en weer geschud om ze
te bedekken met de olie en de kruiderijen; de stukjes
tahoe of vis worden dan met een lepel omgeduwd tot alle
kanten met de hete olie in aanraking zijn geweest. Het
verdient aanbeveling om de groenten met een handjevol
tegelijk in de pan te doen, dan blijft de olie goed
heet.
De bouillon toevoegen. Er wordt aan
de groenten een klein beetje bouillon of water toegevoegd,
zodat ze zachter worden en hun smaken zich beter vermengen.
Deze bouillon wordt evenals de soja, etc. niet op de
groenten gegoten maar langs de rand van de pan. De juiste
hoeveelheid bouillon voor een bepaald gerecht leert
men het beste door ervaring kennen: sommige ingrediënten
die erg mals zijn hebben weinig extra vocht nodig, hardere
groenten hebben meer nodig. Sommige groenten zijn zo
vochtrijk dat helemaal geen bouillon gebruikt wordt
(spinazie, waterkers, sla, etc.). Bij sommige groenten
is het voldoende om het vuur laag te draaien en even
een deksel op de pan te doen: dit veroorzaakt precies
genoeg stoom om de groenten zonder toevoeging van bouillon
te kunnen koken.
Gesauteerde gerechten behoren eerder
droog te zijn dan nat: de bouillon wordt toegevoegd
om de schotel vochtig te houden en niet om haar te verdrinken.
Te veel saus moet dan ook afgegoten worden voor het
gerecht wordt opgediend.
Het maïzenapapje toevoegen. Hoewel
restaurants hun sauzen altijd binden is dit een kwestie
van persoonlijke voorkeur. Het bindmiddel (een papje
gemaakt van maïzena, koud water en soms wat kruiden)
heeft verscheidene nuttige functies: het zorgt ervoor
dat de saus aan het voedsel blijft kleven, hetgeen lekkerder
is; het maakt ook dat het gerecht er glanzend en voltooid
uitziet.
Bij het sauteren gaat het maïzenapapje
het allerlaatst de pan in. Het moet onder voortdurend
roeren geleidelijk aan de hete vloeistof worden toegevoegd;
men blijft roeren tot de saus dik, glad en fluwelig
is.
Het opdienen van een gesauteerd gerecht.
Zoals reeds eerder werd opgemerkt is een gesauteerd
gerecht het lekkerst wanneer het onmiddellijk opgediend
wordt. Het is echter ook mogelijk sommige harde en middelharde
groenten gedeeltelijk van tevoren te sauteren (maar
niet meer dan ongeveer een uur van tevoren) en dan deze
op het laatst mee te stoven met het vlees.
Gereedschap. Sauteren
gaat het gemakkelijkst in een wok, een pan van gietijzer
of plaatstaal met een ronde bodem die op een ring op
het gasfornuis wordt gezet. Woks van emaille zijn minder
geschikt omdat ze niet tegen hoge temperaturen kunnen.
Handig is ook bij de wok een speciale (platte) wokschep
te kopen. (sodèt)
Een wok van dun plaatstaal is goedkoop
en buitengewoon geschikt omdat ze onmiddellijk 'reageert'
op meer of minder vuur. Een stalen wok moet na het gebruik
schoongeveegd worden met keukenpapier en/of schoongespoeld
worden met warm water. Gebruikt men toch zeep dan moet
de wok goed afgedroogd en even op het vuur gezet worden
en daarna ingewreven worden met een beetje olie. (Op
dezelfde manier voorkomt men het roesten van een nieuwe
wok.)
|