|
500 g biefstuk, in plakjes gesneden
peper en zout
3 uien, gepeld en kleingesneden
1 winterwortel, geschild en in dunne plakjes gesneden
1 laurierblad, verpulverd
1/2 theelepel gedroogde tijm
3 dl droge witte wijn
75 g boter
200 g champignons, in plakjes gesneden
1 borrelglas wodka of cognac
1 bekertje zure room
2 eetlepels fijngehakte peterselie
Bestrooi de plakjes vlees met wat zout
en peper en doe ze in een kom. Schep er de uien, de
wortel, het laurierblad en de tijm door. Schenk de wijn
in de kom en dek deze af. Laat het vlees op een koele
plaats ca. 12 uur marineren.
Neem de plakjes vlees uit de kom en dep ze droog met
keukenpapier.
Breng in een pan de marinade aan de kook en laat deze
inkoken tot ongeveer de helft van de hoeveelheid.
Verhit in die tijd 25 g boter in een grote koekenpan
en fruit hierin de champignons ca. 3 minuten. Schep
de plakjes champignon uit de pan en houd ze apart.
Verhit de rest van de boter in de koekenpan en bak hierin,
voortdurend omscheppend, de plakjes biefstuk snel rondom
bruin. Verwarm de wodka of cognac in een pollepel; steek
de alcoholdamp aan en schenk de brandende drank over
het vlees (let op: niet onder een in werking zijnde
afzuigkap!!).
Leg de plakjes vlees op een schaal en houd ze warm.
Doe de champignons terug in de koekenpan; zeef er de
ingekookte marinade boven en breng het geheel aan de
kook. Klop de zure room door de saus en breng deze op
smaak met peper en zout.
Schenk de saus over de biefstuk en bestrooi het gerecht met
de peterselie.
|