|
500 g bloem
2 eetlepels bakpoeder
1/2 theelepel zout
1 eetlepel azijn
1 losgeklopt ei
175 ml warm water
125 ml olie
1 eidooier, losgklopt met 1 theelepel water, om de pasteitjes
mee te bestrijken
Vulling:
500 g geraspte gruyère
250 g fetakaas
2 eieren, losgeklopt
Doe de bloem in een kom met het bakpoeder, zout, azijn
en het ei en roer alles goed door. Voeg geleidelijk
water toe - net genoeg om er een zacht en samenhangend
deeg van te maken. Meng eerst met een vork en dan verder
met de hand. Kneed het deeg een minuut of 10 door tot
het zacht is en niet meer kleeft. Smeer er dan 1/2 eetlepel
olie over, dek het deeg af met plasticfolie en laat
het 2 uur rusten. Het zal een klein beetje rijzen.
Meng voor de vulling de gruyère, de geitenkaas
en de eieren tot een gladde massa.
Verdeel het deeg in 2 stukken om het uitrollen te vergemakkelijken.
Vet het werkvlak een beetje in en rol het deeg zo dun
mogelijk uit. Het deeg is zo elastisch dat u het ook
met de handen kunt uitrekken. Het geeft niet als het
op sommige plaatsen scheurt. Besprenkel het deeg met
een beetje olie en smeer die over het deeg uit. Vouw
het deeg dubbel en smeer het weer in met een klein beetje
olie. Herhaal dit een paar keer zodat er verschillende
deeglagen ontstaan. Laat het deeg nu 15 minuten rusten
en rol het weer uit.
Snijd de deeglap in 12 stukken en rol elk stuk zo dun
mogelijk uit. Leg 2 volle eetlepels vulling in het midden
van elk lapje en smeer het mengsel een beetje uit. Pak
de punten van het deeg op en druk ze tegen elkaar aan.
Knijp de openingen dicht.
Vet een bakblik in en leg de pakketjes erop met de gladde
kant boven. Bestrijk de pasteitjes met de eidooier en
laat ze 15 minuten rusten.
Verwarm de oven voor op 200° C en bak de pasteitjes
in 30-40 minuten lichtbruin. Serveer ze warm of koud.
|