|
300 g tarwekorrels
200 g suiker
125 g blanke rozijnen
125 g donkere rozijnen
250 g gewelde abrikozen, in vieren gesneden
100 g fijngehakte walnoten
50 g geschaafde of fijngehakte amandelen
1/2 dl rozenwater*
kaneel
Laat de tarwe een nacht wellen: zet
de tarwe ruim onder water in een grote pan en breng
het aan de kook. Haal de pan van het vuur zodra het
water kookt en laat hem met het deksel op de pan een
nacht staan. Het water wordt zo door de tarwe opgenomen.
Voeg (de volgende dag) water toe aan
de gewelde tarwe en breng het weer aan de kook.
De tarwe moet in totaal ca. 2 1/2 uur
zachtjes koken. De tarwe zal water op blijven nemen
en daarom moet er regelmatig water worden toegevoegd
en moet de soep af en toe worden doorgeroerd.
Voeg nadat de tarwe 1 1/2 uur gekookt
heeft, de suiker, rozijnen, abrikozen en het rozenwater
toe. Roer de ingrediënten goed door elkaar en laat
alles 1 uur zachtjes doorkoken.
Blijf regelmatig roeren en voeg zo nodig
water toe.
Giet de soep vervolgens in een grote
platte schaal of verdeel haar over een aantal kleine
bakjes. Bedek de soep met een laagje kaneel en de amandelen
en walnoten, terwijl deze nog warm is.
De soep, die een vrij vaste substantie
heeft, dient koud gegeten te worden.
* Rozenwater is verkrijgbaar in flesjes.
In plaats van rozenwater kan een zakje vanillesuiker
gebruikt worden.
|