|
Voor 2-4 personen:
2 grote forellen, samen ca. 700-900 g, koppen verwijderd,
schoongemaakt en zo mogelijk graten verwijderd, van
binnen en van buiten bestrooid met wat zout en peper.
vulling 1:
6 gedroogde pruimen of gedroogde abrikozen, 2-3 uur
geweekt in heet water en daarna fijngehakt of verse
pruimen of verse abrikozen, geschild en fijngehakt
1 granaatappel of een gewone appel en 1 eetlepels citroensap
2 grote uien, gesnipperd
1 1/2 theelepel gedroogde basilicum
30 g boter
zout en peper
vulling 2:
75 g kortkorrelige rijst of pandanrijst, 6 minuten gekookt
in borrelend water en daarna uitgelekt
85 g boter
3 eetlepels fijngehakte peterselie
1 1/2 theelepel fijngehakte gemberwortel
60 g rozijnen, 2 uur geweekt in heet water
zout en peper
overige ingrediënten:
1 1/2 dl witte wijn of 3/4 dl olijfolie en 30 g boter
Het gerecht wordt nog verfijnder als
de vis wordt ontgraat voor hij wordt gevuld. Misschien
is de visboer bereid om dit karwei voor zijn rekening
te nemen.
Knip de vinnen van de vis en verwijder
de kop. Snijd de rug met een scherp mes tot op de middengraat
open. Maak de vis open, zodat hij plat op het werkvlak
ligt. Trek de graat aan de kopkant omhoog en maak hem
voorzichtig tot aan de staart los.
Maak een van beide vullingen door de
voorbereide ingrediënten door elkaar te mengen.
Halveer voor vulling 1 de granaatappel,
pel er voorzichtig de zaden uit en gooi de rest weg.
Of schil de gewone appel, snijd hem in blokjes en bedruppel
ze met citroensap om verkleuren te voorkomen. Fruit
de ui glazig in de boter en laat iets afkoelen voor
de snippers door de vruchten worden gemengd. Breng stevig
op smaak met zout en peper.
Meng voor vulling 2 alle genoemde ingrediënten
door elkaar als de rijst nog heet is, maar laat de vulling
wel afkoelen voor hij in de vis wordt gestopt.
Vul de vissen. Het is niet nodig om
de openingen dicht te maken, maar schep de vissen wel
voorzichtig in en uit de pan.
Leg de gevulde vissen in een pan met
antiaanbaklaag, giet er de wijn over, zet het deksel
op de pan en laat 8-10 minuten pocheren. Of bak de vissen
in dezelfde tijd in het mengsel van olie en boter en
keer ze daarbij eenmaal om.
Een derde manier is om ze 30-35 minuten
in een op 180 °C voorverwarmde oven te zetten. Zet
ze dan in een beboterde schaal, giet er de wijn over,
bestrooi ze met wat zout en peper en bedruppel ze met
2-3 eetlepels gesmolten boter.
Serveer de vissen, hoe ze ook mogen
worden bereid, altijd heet.
|