Voor: ca. 36 koekjes
Zuid-Afrikaners spreken gloedvol over hun Soetkoekies en de koekjestrommel.
Zij krijgen een waas voor hun ogen van de heimwee naar de dagen
waarop grootmoeders voorraadkast afgeladen vol stond met fruit
in glazen, verschillende soorten jam en er heerlijke geuren van
gemengde kruiden door haar keuken dreven. Het beste van alles
waren de Soetkoekies (bewaard in een 'onuitputtelijke' trommel),
die zij serveerde bij versgezette koffie.
Meng in een grote kom:
1 kg BLOEM met
1/2 theelepel ZUIVERINGSZOUT (natriumbicarbonaat)
1/2 theelepel WIJNSTEENPOEDER
1 theelepel KANEELPOEDER
1/2 theelepel GEMALEN GEMBER
1/2 theelepel NOOTMUSKAAT
250 g BRUINE SUIKER en
100 g GEHAKTE AMANDELEN.
Snijd er 125 g BOTER in.
Voeg dan toe:
2 EIEREN, lichtjes losgeklopt, en
60 ml RODE WIJN.
Kneed alles goed door elkaar en vorm er een rol van 5 cm dik
van. Verpak het in vetvrij papier en leg het een nacht in de koelkast.
Snijd het daarna in plakjes van ca. 3 mm dik met een scherp mes.
Bestrijk de plakjes (met een borsteltje) met
LOSGEKLOPT EIWIT.
Bak de Soetkoekies in de oven op 200 °C op
een ingevette bakplaat gedurende 10-12 minuten, tot ze goudbruin
zijn. Schep ze met een spatel van de bakplaat op een rooster om
ze af te laten koelen.
|