1
eetlepel kurkuma
1 theelepel korianderpoeder
1/2 theelepel chilipoeder
1/4 theelepel kaneelpoeder
1 theelepel gember-knoflookmengsel
zout en peper
olie
1 kip van ca. 1 kg, in stukken
250 g gepelde garnalen
1 grote ui, in schijven
2 tomaten, in stukjes
kerriebladeren
fijngehakte korianderbladeren
Meng de kurkuma, het korianderpoeder, het chilipoeder en het
kaneelpoeder door elkaar.
Voeg wat water toe om zodoende een pasta te krijgen. Schep er
het
gember-knoflookmengsel door.
Kruid de kip met zout en peper en bak ze in de olie aan alle kanten
lichtbruin.
Haal de kip uit de pan en houd ze apart.
Bak de garnalen, gekruid met zout en peper, in dezelfde olie,
maar laat ze niet te gaar worden. Haal ook die uit de pan en zet
ze apart.
Verwijder nu alle olie uit de pan op ca. 3 eetlepels na en fruit
daarin de ui glazig. Voeg de currypasta toe en roerbak tot het
mengsel van de pan loslaat.
Voeg dan de tomaten toe, de kerriebladeren en wat zout. Meng alles
goed en laat inkoken tot sausdikte.
Voeg dan de kip en de garnalen en een half glas water toe (of
genoeg om de saus nog enigszins waterig te doen blijven).
Meng nu alles voorzichtig door elkaar, doe een deksel op de pan
en laat de inhoud sudderen tot de kip gaar is.
Haal de pan van het vuur en garneer de inhoud met fijngehakte
korianderblaadjes.
Dien zo heet mogelijk op met rijst.
|