|
Voor +/- 20 stuks
Voor de vulling:
250 g poedersuiker
4 eetlepels oranjebloesemwater (te koop in Turkse en Marokkaanse
winkels)
500 g ontvliesde (blanke) amandelen
1 theelepel kaneel
50 g boter
Voor het deeg:
200 g bloem
snuifje zout
2 eetlepels olie
1-1,5 dl oranjebloesemwater
Vulling: Poedersuiker, oranjebloesemwater en amandelen
in een keukenmachine tot een fijn , glad mengsel malen. Kaneel
en boter toevoegen en de machine nog eventjes laten draaien. Balletjes
amandelmengsel ter grootte van een walnoot maken en vervolgens
die balletjes tot 8 cm lange, taps toelopende worstjes draaien.
Deeg: De oven voorverwarmen op 180°C. Bloem
en zout in de kom doen, olie erbij schenken en net voldoende oranjebloesemwater
toevoegen tot er een samenhangend, zacht deeg ontstaat. Deeg nog
15 minuten doorkneden, tot het soepel en elastisch is.
Het deeg op een met bloem bestoven werkvlak uitrollen
en lange repen van 8 cm snijden. De amandelworstjes met 3 cm tussenruimte
op de deegrepen leggen, leg ze op de helft van het deeg. De randen
van met water bevochtigen en het deeg over de amandelpasta vouwen.
Met een mesje het deeg om de pasteitjes wegsnijden en de pasteitjes
voorzichtig tot een halve maan vormen.
De hoorntjes in het midden van de oven 20 minuten
bakken, tot ze licht gekleurd zijn. Laten afkoelen en met poedersuiker
bestrooien.
|