|
500 g bloem
1/2 liter lauw water [of half water, half melk]
15 g verse gist of 7 g gedroogde gist
1 theelepel suiker
Zeef de bloem in een grote, verwarmde mengkom.
Los de gist met de suiker op in een beetje water en laat dit mengsel
op een warme plaats staan tot er schuim op komt. Voeg het resterende
water een het gistmengsel toe, terwijl u voortdurend roert. Voeg
deze oplossing geleidelijk aan de bloem toe, terwijl u voortdurend
roert. Het deeg zal op pannenkoekendeeg lijken, hoewel het iets
minder vloeibaar zal zijn.
Bedek de kom met een handdoek en laat op een warme plaats gedurende
1 uur rijzen. Sla het deeg dan plat en laat het terug rijzen.
Sla het dan weer plat. Het geheim om goede, perfect ronde zalabia
te maken bestaat erin het deeg regelmatig plat te slaan (minstens
drie keer, maar indien mogelijk meer) en het dan te laten rusten.
Hierdoor zou u een zeer elastische massa moeten krijgen.
Terwijl het deeg rust maakt u de suikersiroop:
1 kg suiker
4-5 dl water
2 eetlepels citroensap
2 eetlepels rozenwater
2 eetlepels oranjebloesemwater
Los de suiker op in het water en het citroensap
en laat sudderen tot de siroop dik wordt en aan een lepel blijft
plakken. Voeg rozen- en oranjebloesemwater toe en laat nog twee
minuten sudderen. Laat afkoelen en zet de siroop vervolgens in
de ijskast. De siroop moet zeer koud zijn.
Giet 5 cm olie in een sauspan. Sla het deeg plat.
neem een theelepel deeg met een natte lepel en laat in de niet
te hete olie vallen. Indien u meer regelmatige vormen wil krijgen,
kan u een spuitzak gebruiken. Laat de beignets zachtjes gaar worden
en bak er maar een paar tegelijk. Ze zullen snel boven komen drijven.
Draai ze dan om. Als ze goudbruin zijn, haalt u ze uit de pan
en laat ze uitlekken op keukenpapier.
Haal ze door de koude siroop als ze nog erg warm
zijn. Ze zullen de siroop onmiddellijk opzuigen. Leg ze op een
schaal.Ze kunnen koud of warm worden gegeten, besprenkeld met
poedersuiker en, indien u dat lekker vindt, met een snuifje kaneel.
|